Ruimtelijke ordening


Bestemmingsplannen

Een bestemmingsplan is een beleidsdocument dat de ruimtelijke ordening bepaalt. Een bestemmingsplan geeft de 'bestemming' van een gebied of locatie aan. Indien een ontwikkeling op een locatie in strijd is met het vigerende bestemmingsplan, kan voor de locatie een herziening op het bestemmingsplan worden opgesteld, beter bekend onder de noemer postzegelbestemmingsplan. Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen:

1. Toelichting (ruimtelijke onderbouwing)
In de toelichting staan de kenmerken van een gebied of locatie en maakt de gemeente duidelijk wat de plannen zijn met het gebied of de locatie. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing dienen ook onderzoeken plaats te vinden naar bijvoorbeeld de bodemkwaliteit, de flora en fauna en geluidshinder.

2. Verbeelding
De verbeelding, oftewel de plankaart, heeft als functie het aanwijzen van de bestemmingen en het markeren van de grenzen van de bestemmingen alsmede het visueel maken van de bedoelingen van het bestemmingsplan. Alle bestemmingsplannen opgesteld na 1 januari 2010 moeten digitaal worden gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl

3. Regels
In de regels staat wat voor soort bebouwing er mag plaatsvinden en hoe het gebouw gebruikt mag worden. Schoenmakers Advies kan voor u een bestemmingsplan opstellen volgens de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en de richtlijnen SVBP2008 en IMRO2008. Het bestemmingsplan wordt volgens de eisen van digitalisering opgesteld. 

Afwijking planologische regeling en ruimtelijke onderbouwing

In artikel 2.1 lid 1 sub 2 van de Wet algemene bepalingen (daarna: Wabo) is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan.

In artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen (daarna: Wabo) staat een opsomming aan mogelijkheden om af te mogen wijken van het bestemmingsplan. Als het gaat om een activiteit (als bedoeld in art. 2.1 lid 1 sub c)in strijd met het bestemmingsplan.  kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend:

  1. Met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzak afwijking. Het gaat hierom de binnenplanse ontheffing (art 3.6 lid 12 c Wro), beter bekend als de oude artikel 15 WRO.

  2. In de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen; de kruimellijst. Artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) of

  3. Als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke ordening bevat. Het afwijkingsbesluit is beter bekend als het projectbesluit (artikel 3.10 Wro). Het projectbesluit komt te vervallen.

Een goede ruimtelijke onderbouwing kan Schoenmakers Advies voor u opstellen conform de inhoudseisen die gesteld worden.

Wijzigingsplan

Op grond van artikel 3.6 Wro zijn burgemeester en wethouders bevoegd om binnen bepaalde grenzen het plan te wijziging, middels een wijzigingsbevoegdheid , die in het vigerende bestemmingsplan (het moederplan) is opgenomen. Voor de wijzigen van een onderdeel van het bestemmingsplan dient een wijzigingsplan te worden opgesteld. Het wijzigingsplan bestaat uit een onderbouwing en de regels verwijzen naar het moederplan.